|
1.
Manuele houtbewerking
- smetten, zagen, schaven, paren, afschrijven
- eenvoudige houtverbindingen kunnen maken
2.
Machinale houtbewerking
- hout- en plaatmateriaal machinaal bewerken
- verschillende houtverbindingen machinaal uitvoeren
3.
Plaatmateriaalverbindingen
- lamellenverbindingen maken
- verbindingen met hulpstukken maken
4.
Wanden en plafonds
- draagstructuren opbouwen en plaatsen
- plafond- of wandbekleding plaatsen en afwerken
5.
Interieurelementen
- plaatmateriaal en massief hout verwerken
- onderdelen van interieur en binnenschrijnwerk constructies bewerken
- afwerkingsmateriaal voorbereiden
- fineren
6. Binnenschrijnwerk
- binnenschrijnwerk elementen maken en behandelen
- binnenschrijnwerk plaatsen
7.
Pistoolschilderwerk
- interieur elementen met en spuitpistool kleuren en vernissen
|